7. Het hof heeft mede in reactie op dit verweer onder het kopje “bewijsoverwegingen” geoordeeld dat de aanvaring aan de schuld van de verdachte is te wijten, aangezien hij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gevaren op het moment dat de aanvaring plaatsvond, nu de verdachte geen goede uitkijk heeft gehouden en geen veilige snelheid heeft aangehouden om aanvaringen met snorkelaars, zwemmers en duikers te voorkomen.Het hof heeft daartoe het volgende overwogen.
Op het moment van de aanvaring was het slachtoffer niet ver van de boeien aan de zuidkust van Bonaire in de omgeving van Bachelor’s Beach aan het snorkelen in de nabijheid van de blauwe rand, waar het relatief ondiepe lichtblauwe gedeelte van de zee overgaat in het diepere donkerblauwe gedeelte van de zee.
Naar algemeen bekend kunnen zich aldaar snorkelaars, zwemmers en duikers bevinden.
Voorts heeft de verdachte zelf verklaard dat hij op de desbetreffende dag een voor hem vaste route voer, dat hij goed bekend is met de situatie ter plaatse, dat mensen vanaf Bachelor’s Beach gaan duiken en dat mensen die huizen hebben op de EEG Boulevard daar zwemmen en snorkelen. Bovendien hecht het hof geen geloof aan de verklaring van de verdachte dat de aanvaring veel verder uit de kust dan in de nabijheid van de blauwe rand heeft plaatsgevonden, nu hij hierover wisselend heeft verklaard.
Ook acht het hof de verklaringen van de getuigen die de situatie vanaf de kust goed hebben kunnen waarnemen ([getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3]) betrouwbaar, terwijl aan de betrouwbaarheid van hun verklaringen niet afdoet dat andere getuigen ([getuige 4], [getuige 5] en [getuige 6]) hebben verklaard dat zij het slachtoffer in het lichtblauwe gedeelte van de zee hebben gezien, mede gelet op het feit dat er ter hoogte van de blauwe rand meerdere inhammen van donkerblauwe gedeelten in het lichtblauwe gedeelte van de zee zijn. Uit al deze verklaringen valt af te leiden dat het slachtoffer op het moment van de aanvaring in de nabijheid van de blauwe rand zwom, zodat de verklaring van het slachtoffer in zoverre steun vindt in die verklaringen.
Daarnaast had de verdachte - gelet op het feit dat hij goed bekend was met de situatie ter plaatse op zijn vaste vaarroute - moeten beseffen dat het op het tijdstip van het ongeval niet zo onwaarschijnlijk was dat er mensen in de nabijheid van de blauwe rand in het water zouden zijn, dat hij met die mogelijkheid geen rekening hoefde te houden.
Bovendien voer de verdachte als kapitein van het motorvaartuig [A] met een snelheid van ongeveer 4.200 toeren per minuut (16 mijl per uur) het gebied in en heeft hij het slachtoffer overvaren zonder dat hij het slachtoffer heeft gezien.
Voorts is het niet aannemelijk geworden dat de verdachte het slachtoffer, dat in de zee aan zijn snorkelpijp herkenbaar was als snorkelaar, niet heeft kunnen zien snorkelen.
Daar komt bij dat de verdachte met [betrokkene 1] bezig was met het in zee kijken naar dolfijnen, terwijl van hem had mogen worden verwacht dat hij zijn voorzichtigheid en oplettendheid zou hebben verhoogd op het moment dat hij het gebied in de omgeving van Bachelor’s Beach invoer.
Daarnaast is van belang dat de verdachte beroepsmatig als kapitein op deze route tussen het hotel en de duikplaats voer.
Ten slotte neemt het hof de ernstige gevolgen in aanmerking die een aanvaring tussen een motorvaartuig en een snorkelaar, zwemmer of duiker kan hebben.