Conclusie
middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte “aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, met een hogere snelheid dan gezien de situatie aldaar geboden was (…), in een gebied waar naar algemeen bekend is snorkelaars en zwemmers en duikers zich kunnen bevinden” heeft gevaren en dat de “letsels aan verdachtes schuld te wijten zijn”, mede in het licht van hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. Voorts heeft het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, geoordeeld dat er sprake is van “schuld” in de zin van art. 321 SrNA Pro, aldus de steller van het middel.
aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gevarenmet een hogere snelheid dan gezien de situatie aldaar was geboden, in de nabijheid van de zogenaamde blauwe rand en in een gebied waar naar algemeen bekend is snorkelaars, zwemmers en duikers zich kunnen bevinden, waardoor de aldaar snorkelende [slachtoffer] door dat motorvaartuig is geraakt, ten gevolge waarvan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen dat aan de
schuld van de verdachte is te wijten. De bewezenverklaring is derhalve naar de eis der wet met redenen omkleed.