Nr. 12/01651 E
Mr. Harteveld
Zitting 17 september 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De economische kamer van het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 24 januari 2012 veroordeeld tot een geldboete van € 30.000 waarvan € 10.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens het onder 2 primair tenlastegelegde “Opzettelijk en wederrechtelijk een stof op of in de bodem, in de lucht of in het oppervlaktewater brengen, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is, terwijl het feit wordt begaan door een rechtspersoon”. Van het onder 1 tenlastegelegde economische delict heeft het Hof verdachte vrijgesproken.
2. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. L.E.M. Hendriks, advocaat te Maastricht, heeft een schriftuur ingezonden, houdende vier middelen van cassatie.
3.1. De middelen komen mede in het licht van gevoerde verweren op tegen de motivering van de bewezenverklaring en tegen de kwalificatie van het feit. Ik neem aan dat het cassatieberoep, ook gelet op die middelen, zich niet richt tegen de vrijspraak van het onder 1. tenlastegelegde. Alvorens de middelen te bespreken, geef ik de tenlastelegging van het resterende feit 2. alsmede de bewezenverklaring en de bewijsvoering uit het bestreden arrest weer.
3.2. De tenlastelegging, voor zover thans nog van belang en die kennelijk primair is toegesneden op het (opzet)misdrijf van art. 173a Sr en subsidiair op de culpoze variant van art. 173b Sr, luidt als volgt:
“feit 2:
zij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 19 november 2007 tot en met 13 maart 2008, in een winkel(filiaal) gelegen op het perceel [a-straat 1] te Hoorn opzettelijk en wederrechtelijk een stof, te weten asbest en/of asbestdeeltjes en/of asbesthoudend (plaat-) materiaal, open/of in de bodem en/of in de lucht heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid en/of levensgevaar voor (een) ander(en) te duchten was, aangezien toen aldaar in het (winkel)filiaal vezels en/of stukjes en/of deeltjes van plafondplaten, bevattende niet-hechtgebonden Amosiet (asbest) zijn verspreid en/of losgeraakt en/of achtergebleven, terwijl geen, althans onvoldoende maatregelen waren/werden genomen om te voorkomen dat (winkelend) publiek en/of niet bij verdachte in dienst zijnde werknemers in aanraking kwam(en) of zoud(en) kunnen komen met dat asbest;
subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
het aan haar, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 19 november 2007 tot en met 13 maart 2008, in een winkel(filiaal) gelegen op perceel [a-straat 1] te Hoorn wederrechtelijk een stof, te weten asbest en/of asbestdeeltjes en/of asbesthoudend (plaat-)materiaal, op en/of in de bodem en/of in de lucht heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid en/of levensgevaar voor (een) ander(en) te duchten was, aangezien toen aldaar in het (winkel)filiaal vezels en/of stukjes en/of deeltjes van plafondplaten, bevattende niet-hechtgebonden Amosiet (asbest) zijn verspreid en/of losgeraakt en/of achtergebleven, terwijl geen, althans onvoldoende maatregelen waren/werden genomen om te voorkomen dat (winkelend) publiek en/of niet bij verdachte in dienst zijnde werknemers in aanraking kwam(en) of zoud(en) kunnen komen met dat asbest.”
Ten laste van verdachte is daarvan bewezen verklaard: (dat)
“zij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 13 maart 2008, in een winkelfiliaal gelegen op perceel [a-straat 1] te Hoorn wederrechtelijk een stof, te weten asbest en/of asbestdeeltjes en/of asbesthoudend (plaat-)materiaal, op de bodem en in de lucht heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid en/of levensgevaar voor (een) ander(en) te duchten was, aangezien toen aldaar in het winkelfiliaal vezels en/of stukjes en/of deeltjes van plafondplaten, bevattende niet-hechtgebonden amosiet (asbest) zijn verspreid en losgeraakt en achtergebleven, terwijl onvoldoende maatregelen waren genomen om te voorkomen dat (winkelend) publiek en niet bij verdachte in dienst zijnde werknemers in aanraking kwamen of zouden kunnen komen met dat asbest.”
3.3. De bewezenverklaring heeft het Hof doen steunen op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een geschrift, zijnde een rapport van AA&C Nederland B.V., inhoudende een volledige asbestinventarisatie met risicoanalyse bij [verdachte], winkel [b-straat 1] te Hoorn, opgemaakt op 4 februari 2008 door [betrokkene 1] en [betrokkene 2].
Dit rapport is als bijlage 19 (kleurenkopie van het Asbestinventarisatie-rapport [a-straat 1] te Hoorn, doorgenummerde pagina 322 e.v.) gevoegd bij het proces-verbaal van politie Noord-Holland Noord met nummer PL10MB/08-012729, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], inspecteur van politie regio Noord-Holland Noord, afdeling Milieu en bijzondere wetten en [verbalisant 2], buitengewoon opsporingsambtenaar Arbeidsinspectie.
Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, het volgende in:
1.1 Inleiding
In de winkel van [verdachte] gelegen aan de [b-straat 1] (het hof begrijpt: tevens gelegen aan de [a-straat 1]) te Hoorn zijn asbestverdachte materialen aangetroffen. In verband met de te verlenen sloopvergunning ten behoeve van verbouwingsactiviteiten in de winkel dient een asbestonderzoek conform BRL 5052 te worden uitgevoerd.
1.6 Samenvatting resultaten onderzoek
Het onderzoek geeft aan dat er asbest in het gebouw aanwezig is. In de volgende onderdelen is asbest aangetroffen:
Begane grond
Plaatmateriaal in de etalages boven de ramen.
(…).
Stof en resten op de vloer in de etalage als gevolg van beschadigd plaatmateriaal.
(…).
Stof en resten op de speakerbox.
4 Overzicht asbestbronnen
Omschrijving asbestbron
Stof en resten
Locatie
B.g., winkel, op systeemplafond
B.g., winkel, in etalageruimte, op de vloer
B.g., winkel, op luidsprekerbox
Analyseresultaat
A positief
Legenda / analyseresultaat
A Amosiet (bruine asbest)
5 Risicoanalyse
Het beoordelingssysteem kent 4 criteriagroepen. Iedere groep wordt beoordeeld, hierbij geeft de som van de hoogste score binnen iedere groep een indicatie over het risico van de asbestbron op haar omgeving.
De laagste score is 5 punten, terwijl de maximale score 38 punten bedraagt. Bij de beoordeling van het risico van de asbestbron op haar omgeving zijn 3 prioriteiten vast te stellen.
Prioriteit Risicopunten Termijn maatregelen
1 > 20 Kort, sanering dringend noodzakelijk
Brontype 02: Stof en resten
Beoordelingsmodel bepaling risico van asbest dat aanwezig is in gebouwen
[b-straat 1]
Vertrek/bouwdeel: Winkel, begane grond