ECLI:NL:PHR:2013:973

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2013
Publicatiedatum
16 oktober 2013
Zaaknummer
11/04299
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid

In deze zaak werd de verdachte door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het besturen van een bromfiets terwijl hem de rijbevoegdheid was ontzegd. De bewezenverklaring was gebaseerd op een proces-verbaal waarin de verbalisanten de verdachte herkend hadden als bestuurder en een uitdraai van landelijke systemen waaruit de ontzegging van de rijbevoegdheid bleek.

De verdediging voerde in cassatie aan dat niet was gebleken dat de uitspraak waarbij de rijbevoegdheid werd ontzegd correct was betekend aan de verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat uit de gebruikte bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de ontzegging, omdat een kennisgeving van de ingang van de ontzegging ontbrak.

Daarmee was de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling van dat onderdeel.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist van de ontzegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 11/04299
Zitting 27 augustus 2013
Mr. Jörg
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 6 september 2011 heeft het Gerechtshof Arnhem de verdachte, voor zover in cassatie van belang, wegens 1. “overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.
2. Namens de verdachte heeft mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel klaagt dat het onder 1. bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, onder meer omdat niet blijkt van een juiste betekening van de uitspraak waarbij de verdachte de rijbevoegdheid is ontzegd.
4. Ten laste van verdachte is onder 1. bewezenverklaard dat hij:
“op 17 juni 2008 te Beekbergen, in de gemeente Apeldoorn, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Loenenseweg, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), heeft bestuurd.”
5. Deze bewezenverklaring steunt op een tweetal bewijsmiddelen, te weten:
i) een proces-verbaal inhoudende dat de verbalisanten op 17 juni 2008 een bromfiets met kenteken [AA-00-BB]hebben zien rijden, dat verbalisant [verbalisant 2] de bestuurder van deze bromfiets ambtshalve herkende als de verdachte en dat uit onderzoek bleek dat aan deze - tevens de tenaamgestelde van de desbetreffende bromfiets – de rijbevoegdheid op dat moment volledig bleek te zijn ontzegd;
(ii) uitdraaien van een bevraging landelijke systemen met betrekking tot de rijbewijsgegevens van de verdachte, onder meer inhoudende een volledige ontzegging rijbewijs in de periode van 8 mei 2008 tot 5 september 2008.
6. In aanmerking genomen dat (de inhoud van) [1] een kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid bij de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen ontbreekt, kan de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte ten tijde van het besturen van het motorrijtuig wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid daartoe was ontzegd, niet uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. De bewezenverklaring is dus in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
7. Het middel slaagt.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor wat betreft het onder 1. bewezenverklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G

Voetnoten

1.Vgl. HR 30 maart 2010, LJN BK6920. Zijdelings ook nog HR 3 april 2012, LJN BV7016, NS 2012/ 220.