Conclusie
1.Voorgeschiedenis
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“Het klopt dat zij, zoals de rechtbank in de bestreden beslissing heeft overwogen, de bewindvoerder niet steeds goed en volledig heeft geïnformeerd, maar daarvan kan haar geen verwijt worden gemaakt. Volgens [verzoekster tot cassatie] wordt zij in het communiceren belemmerd door haar psychische en lichamelijke gesteldheid. Zij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en heeft een te hoge bloeddruk. Bovendien heeft zij maandelijks tezamen met [betrokkene], haar sociaal raadsman, de informatieformulieren ingevuld en heeft deze kopieën gemaakt van bankafschriften en dergelijke met de afspraak dat [betrokkene] deze stukken aan de bewindvoerder zou doen toekomen. Kennelijk is [betrokkene] die afspraak niet nagekomen. (…) Voor haar zal voorts budgetbeheer geregeld worden.”Omtrent deze stellingen merkt het hof in rov. 2.5 alleen op dat niet aannemelijk is geworden dat het aan [betrokkene] ligt dat deze informatie de bewindvoerder niet heeft bereikt. Daarop laat het hof nog volgen dat haar voor wat de onderhavige schuldsaneringsregeling betreft niet baat dat zij thans voornemens is budgetbeheer aan te vragen. De tekortkomingen in de voor haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zijn dusdanig ernstig dat het hof er onvoldoende vertrouwen in heeft dat zij met behulp van budgetbeheer die regeling wel tot een goed einde zal kunnen brengen.
( [1] )erom of de betrokken schuldenaar heeft nagelaten die medewerking aan de naleving van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling te bieden die in redelijkheid van hem kan worden verwacht. Of en in welke mate het hof aan dit aspect aandacht heeft moeten schenken, hangt af van de mate waarin de kwestie door verzoekster tot cassatie aan de orde is gesteld. De kwestie van de verwijtbaarheid is van de kant van verzoekster tot cassatie bij de rechtbank niet naar voren gebracht. Het punt wordt ook niet in het Beroepschrift van 13 juni 2013 aangesneden en evenmin in het Aanvullend beroepschrift van 22 juli 2013. De stukken van productie 6 bij dit laatste processtuk leiden niet tot het formuleren in het Aanvullend beroepschrift van een klacht of verweer dat, indien er sprake is van een niet nakomen van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, van die niet-nakoming verzoekster tot cassatie geen verwijt valt te maken. Pas tijdens de hoorzitting van 23 juli 2013 is blijkens het proces-verbaal van die zitting opgemerkt:
“Het klopt wel dat [verzoekster tot cassatie] de bewindvoerder niet juist heeft geïnformeerd. [Verzoekster tot cassatie] is psychisch en lichamelijk niet in orde. Zij lijdt aan een posttraumatische stress-stoornis en heeft een hoge bloeddruk. Dit belemmert haar in de communicatie. Zij heeft wel hulp gezocht onder andere bij de Sociaal Raadslieden, Stichting MEE en GGZ. MEE zal budgetbeheer voor [verzoekster tot cassatie] regelen. Het is fout gelopen in de schuldsanering onder andere doordat [betrokkene] van de Sociaal Raadslieden fouten heeft gemaakt, hetgeen hij heeft erkend op de Eigen Kracht conferentie. Hij heeft stukken niet opgestuurd naar de bewindvoerder. Hij is nu op vakantie en kan dat nu niet ter zitting verklaren.”Uit deze gang van zaken blijkt dat de verwijtbaarheidsvraag pas tijdens de hoorzitting van 23 juli 2013 van de kant van verzoekster tot cassatie aan de orde is gesteld, maar dat dat toen summier gebeurde. Er is alleen stilgestaan bij de informatieverplichting en niet bij de andere niet nagekomen verplichtingen, terwijl – wat de de persoon van verzoekster tot cassatie betreffende omstandigheden betreft – alleen de post-traumatische stress-stoornis en de hoge bloeddruk worden genoemd als omstandigheden die verzoekster tot cassatie in de communicatie belemmerden. Op de andere de persoon van verzoeker tot cassatie betreffende omstandigheden waarvan in het verzoekschrift tot cassatie melding wordt gemaakt – depressieve stoornis met de kwalificatie ernstig complex, het plaatsen van vraagtekens bij haar intellectuele vermogens en het waarschijnlijk aanwezig zijn bij haar van symbiotische wensen en tendensen die o.a. geleid hebben tot excessieve schulden – is, voor zover uit het proces-verbaal valt af te leiden, niet de aandacht gevestigd.