ECLI:NL:PHR:2013:987
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Erkenning Bulgaars vonnis en openbare orde-exceptie bij schending Unierecht in merkenrechtzaak
In deze zaak staat centraal of een Bulgaars vonnis, dat berust op een interpretatieve beslissing van de Bulgaarse Hoge Raad die evident strijdig is met het Unierecht inzake de Merkenrichtlijn, in Nederland kan worden erkend of geweigerd op grond van de openbare orde-exceptie van art. 34 lid 1 EEX Pro-Verordening.
Diageo Brands B.V. vordert erkenning van het Bulgaarse vonnis dat geen merkinbreuk ziet, maar betoogt dat erkenning geweigerd moet worden wegens strijd met de Nederlandse openbare orde, omdat de Bulgaarse rechter het Unierecht onjuist toepaste en het beginsel van Unietrouw schond. Het hof Amsterdam verwierp dit beroep en erkende het vonnis, waarna Diageo cassatie instelde.
De Procureur-Generaal concludeert dat de situatie niet valt onder de gebruikelijke uitzonderingen op het verbod van toetsing aan de inhoud van buitenlandse vonnissen, omdat hier sprake is van een gekwalificeerde, stelselmatige schending van het Unierecht door de Bulgaarse rechter. Ook rijst de vraag of het niet uitputten van rechtsmiddelen in Bulgarije het beroep op openbare orde uitsluit. Daarnaast wordt de toepassing van art. 14 Handhavingsrichtlijn Pro op proceskosten in deze context besproken.
De conclusie luidt dat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU moeten worden gesteld over de uitleg van art. 34 lid 1 EEX Pro-Verordening en art. 14 Handhavingsrichtlijn Pro, waarna de procedure wordt geschorst in afwachting van het arrest van het HvJEU.
Uitkomst: Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan HvJEU over erkenning Bulgaarse vonnis en schorst de procedure.