ECLI:NL:PHR:2013:994
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en paulianeus handelen
Verzoekers werden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, maar de bewindvoerder verzocht om beëindiging vanwege niet-nakoming van informatie- en sollicitatieverplichtingen, een boedelachterstand van ruim €8.000 en paulianeus handelen bij de verkoop van twee auto's. De rechtbank beëindigde de regeling op grond van art. 350 lid 3 sub Pro c, d en e Fw, omdat verzoekers hun verplichtingen niet naar behoren nakwamen en schuldeisers benadeelden.
Het hof Den Bosch bevestigde dit oordeel en stelde vast dat verzoekers structureel tekortschoten in hun verplichtingen en de opbrengst van de auto's niet aan de boedel hadden toegevoegd. Verzoekers kwamen vervolgens in cassatie, stellende dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde en dat de bewindvoerder op de hoogte was van de werkzaamheden van de man bij de onderneming van zijn dochter.
De Hoge Raad oordeelde dat de bestreden feiten vaststellingen van feitelijke aard zijn en niet in cassatie kunnen worden getoetst. Bovendien leidt de vaststelling van een van de omstandigheden in art. 350 lid 3 sub Pro c-e Fw imperatief tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling, tenzij sprake is van een geringe tekortkoming, wat niet aannemelijk was gemaakt. De cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de tussentijdse beëindiging definitief bleef.
Uitkomst: Cassatie niet-ontvankelijk verklaard; tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling bevestigd.