ECLI:NL:PHR:2013:BW5414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering nultarief omzetbelasting bij betrokkenheid in btw-fraude
In deze zaak staat centraal de toepassing van het nultarief omzetbelasting op leveringen van goederen die naar het Verenigd Koninkrijk zijn vervoerd. De Inspecteur had de teruggaaf van omzetbelasting over september 2003 geweigerd vanwege vermoedens van betrokkenheid bij btw-fraude. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen de uitspraken op bezwaar. Het hof stelde vast dat de facturen niet overeenkwamen met de daadwerkelijke betalingen en dat de goederen systematisch werden geleverd aan andere partijen dan de op de facturen vermelde afnemers. Hierdoor was sprake van btw-fraude.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende had gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden verlangd om te voorkomen dat zij bij de fraude betrokken raakte. Het hof wees het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen af en bevestigde de weigering van het nultarief. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de bewijslast voor toepassing van het nultarief bij de ondernemer ligt en dat het hof niet buiten de rechtsstrijd is getreden door te oordelen dat belanghebbende een werkzaam aandeel had in de fraude.
Daarnaast behandelt de conclusie uitgebreid de wettelijke en jurisprudentiële kaders rondom factuureisen, bewijslevering, en de zorgvuldigheid die van ondernemers wordt verlangd om betrokkenheid bij fraude te voorkomen. Ook wordt ingegaan op de uitleg van begrippen als levering, economische activiteit en de gevolgen van fraude voor het recht op aftrek van voorbelasting. De Hoge Raad bevestigt dat het nultarief kan worden geweigerd als de ondernemer wist of had moeten weten dat hij deelnam aan een transactie die onderdeel is van btw-fraude.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de weigering van het nultarief omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs en betrokkenheid bij btw-fraude.