ECLI:NL:PHR:2013:BW8359
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek onderhoudskosten monumentenpanden tot Nederland strijdig met EU-recht
Belanghebbende, een Nederlandse nationaliteit dragende persoon die in België woont en een monumentaal kasteel bezit dat daar als beschermd monument is geregistreerd, wilde in Nederland aftrek van onderhoudskosten voor dit kasteel claimen op grond van artikel 6.31 Wet IB 2001. Deze aftrek is echter beperkt tot monumenten die in Nederland zijn geregistreerd volgens de Monumentenwet 1988.
De Inspecteur weigerde de aftrek omdat het kasteel niet in het Nederlandse monumentenregister stond. De Rechtbank Breda oordeelde dat deze voorwaarde een verboden belemmering van het vrije kapitaalverkeer vormt en wees het beroep van belanghebbende toe. Het Hof 's-Hertogenbosch vernietigde dit oordeel en stelde dat ingezetenen en niet-ingezetenen geen gelijke gevallen zijn, waardoor de beperking gerechtvaardigd zou zijn.
De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de verenigbaarheid van deze nationale regeling met het EU-recht, met name het vrije kapitaalverkeer. De zaak raakt aan de vraag of het criterium van registratie in Nederland een discriminerende belemmering vormt en of culturele bescherming als dwingende reden van algemeen belang deze beperking kan rechtvaardigen.
De zaak bevat uitgebreide bespreking van relevante Europese jurisprudentie over discriminatie, dispariteit, en rechtvaardigingsgronden, en de verhouding tussen nationale fiscale regels en EU-vrijheden. Tevens wordt ingegaan op de parlementaire geschiedenis van de Wet IB 2001 en de Monumentenwet, en de fiscale doelstellingen van de aftrekregeling.
Uitkomst: Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de Nederlandse aftrekbeperking met het EU-recht.