ECLI:NL:PHR:2013:BX4585
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaarden voor witwassen van eigen misdrijf en behandelt bewijswaardering in afpersings- en witwaszaak
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van afpersing en gewoontewitwassen. De Hoge Raad herhaalt zijn eerdere jurisprudentie dat het enkele voorhanden hebben van voorwerpen afkomstig uit een eigen misdrijf niet automatisch kwalificeert als witwassen; er moet sprake zijn van een gedraging gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst.
De verdediging voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder een onvolledig arrest, ongeloofwaardige verklaringen van medeverdachte, en onvoldoende bewijs voor het aantreffen van een horloge. De Hoge Raad oordeelt dat het arrest met een verbetering kan worden gelezen, dat het hof de verklaringen terecht ongeloofwaardig achtte en dat het bewijs voor het bezit van het horloge voldoende is zonder exacte datum van aantreffen.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het voorhanden hebben van geldbedragen afkomstig uit de afpersing heeft bijgedragen aan het verbergen van de criminele herkomst, mede gelet op het vermijden van banken en belastingdienst. De overschrijding van de redelijke termijn in cassatie leidt tot strafvermindering, maar het beroep wordt verder verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van afpersing en gewoontewitwassen met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.