2. In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten (zie rov. 4.2 onder i t/m vii van het in zoverre in cassatie niet bestreden arrest van het hof):
i) Eiser tot cassatie, verder: [eiser], destijds 63 jaar oud, heeft in 1997 zijn onderneming, een expertisebedrijf, verkocht. [Eiser] heeft (een deel van) het vermogen dat hij door de verkoop van zijn onderneming had verkregen vanaf 1997 belegd bij de ING Bank. [Eiser] werd daarbij geadviseerd door de beleggingsadviseur [betrokkene 1]. Nadat [betrokkene 1] in 1998 in dienst trad bij verweerster in cassatie, verder: de Bank, is [eiser] op verzoek van [betrokkene 1] in augustus 1998 overgestapt naar de Bank.
ii) [Eiser] heeft in de periode augustus tot oktober 1998 circa € 2.500.000 overgeboekt van een door hem bij de ING Bank gehouden rekening naar zijn bij de Bank geopende effectenrekening [001]. Met deze gelden is tot 19 februari 2001 vooral gehandeld in opties en futures. Er werd actief gehandeld, waartoe [betrokkene 1] minstens één keer per dag met [eiser] belde.
iii) Uit vrees dat de ex-echtgenote van [eiser] beslag zou leggen op het door [eiser] bij de Bank ondergebrachte vermogen, is in oktober 2000 bij de Bank op naam van de nieuwe echtgenote van [eiser], [betrokkene 2], een effectenrekening geopend met nummer [002]. De Bank heeft [eiser] en [betrokkene 2] bij brief van 12 oktober 2000 een Optieovereenkomst AEX, een Cliëntovereenkomst termijncontracten, een Appendix Special Products en een Appendix Buitenlandse Beurs gestuurd met betrekking tot effectenrekening [002]. Op deze overeenkomsten en appendices staat zowel de naam van [eiser] als die van [betrokkene 2] onder het kopje cliënten vermeld. De ondertekeningspagina diende door beiden te worden ondertekend, hetgeen op 14 oktober 2000 heeft plaatsgevonden.
iv) [Eiser] heeft in de periode oktober 2000 - februari 2001 het resterende saldo van zijn effectenrekening [001] overgeboekt naar de op naam van [betrokkene 2] geopende effectenrekening [002]. In de periode oktober 2000 - april 2004 zijn door de Bank aan [eiser] en [betrokkene 2] hypothecaire geldleningen verstrekt tot een totaalbedrag van € 655.000; hiervan is circa € 620.000 op de effectenrekening [002] overgemaakt.
v) De Bank had met betrekking tot effectenrekening [002] uit te voeren transacties alleen overleg met [eiser]. [Betrokkene 2] was hierbij niet betrokken.
vi) Op 18 november 2005 werd de laatste optiepositie gesloten, waarna op de effectenrekening [002] een debetsaldo resteerde van € 172,21. Uit de door [eiser] overgelegde overzichten van future- en optietransacties met betrekking tot effectenrekening [001] blijkt dat in de periode augustus 1998 tot 19 februari 2001 op deze transacties per saldo een verlies is geleden van € 1.251.902. Uit de door [eiser] overgelegde overzichten van future- en optietransacties met betrekking tot effectenrekening [002] blijkt dat in de periode november 2000 en 18 november 2005 op deze transacties per saldo een verlies is geleden van € 398.437. Volgens [eiser] is in de periode augustus 1998 tot november 2005 een bedrag van € 985.857 aan provisies betaald; volgens de Bank gaat het om een totaalbedrag van € 810.000.
vii) Bij faxbericht van 27 september 2007 heeft mr. Bos namens [eiser] de Bank medegedeeld dat zij bij de uitvoering van de beleggingsrelatie onzorgvuldig heeft gehandeld en de Bank aansprakelijk gesteld voor de schade die [eiser] als gevolg van dit handelen zou hebben geleden. Mr. Bos heeft de Bank bij faxbericht van 27 november 2007 nader bericht over de gronden waarop aansprakelijkheid van de Bank wordt gebaseerd. De Bank heeft de aansprakelijkheid bij brief van 30 januari 2008 van de hand gewezen.