ECLI:NL:PHR:2013:BY0543
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatige overheidsdaad bij onderhands gegunde parkeergarageovereenkomst en staatssteun
De zaak betreft een geschil tussen P1 Holding B.V. en de gemeente Maastricht met Q-Park Exploitatie B.V. over de onderhands gesloten overeenkomst uit 2003 betreffende de exploitatie en renovatie van parkeergarages.
P1 stelde dat de gemeente de overeenkomst onrechtmatig aan Q-Park had gegund zonder passende aanbestedingsprocedure, in strijd met Europese aanbestedingsrichtlijnen en het transparantiebeginsel. Tevens werd betoogd dat de overeenkomst staatssteun bevatte in strijd met art. 87 EG Pro (nu art. 107 VWEU Pro).
Het hof oordeelde dat de overeenkomst hoofdzakelijk een concessie voor diensten betrof en niet onder Richtlijn 92/50/EEG viel, waardoor geen aanbestedingsplicht bestond. Het transparantiebeginsel was niet geschonden omdat P1 onvoldoende concreet grensoverschrijdend belang had gesteld. De mogelijke staatssteun werd onderzocht, waarbij het hof oordeelde dat de oude huurovereenkomsten uit 1979 en 1988 niet als staatssteun konden worden aangemerkt en dat de nieuwe overeenkomst pas na deskundigenonderzoek definitief kon worden beoordeeld op marktconformiteit en staatssteun.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat de overeenkomst hoofdzakelijk diensten betreft en niet aanbestedingsplichtig is. Ook werd het belang van een concreet grensoverschrijdend belang benadrukt voor het transparantiebeginsel. De mogelijkheid van partiële nietigheid van de overeenkomst bij vaststelling van staatssteun werd bevestigd. De vorderingen van P1 tot ontbinding en schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak benadrukt de complexiteit van aanbestedingsrechtelijke verplichtingen bij concessies, het belang van concrete stellingen over grensoverschrijdend belang, en de noodzaak van deskundigenonderzoek bij staatssteunclaims.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat de overeenkomst hoofdzakelijk diensten betreft en niet aanbestedingsplichtig is; vorderingen P1 worden afgewezen wegens onvoldoende belang en onderbouwing.