ECLI:NL:PHR:2013:BY0964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tienjaarstermijn bij toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling na eerdere schone lei
Verzoekster tot cassatie had na een eerdere schuldsaneringsregeling met verlening van een schone lei verzocht om toelating tot een nieuwe schuldsaneringsregeling. De rechtbank en het hof wezen dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 sub d van Pro de Faillissementswet, dat een tienjaarstermijn hanteert waarbinnen geen nieuwe toelating mogelijk is.
Verzoekster stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder schulden veroorzaakt door haar huidige echtgenoot en onwetendheid over deze schulden bij het aangaan van het huwelijk, een uitzondering rechtvaardigden. Zij beriep zich tevens op jurisprudentie waarin in schrijnende gevallen wel toelating werd toegestaan.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een imperatieve afwijzingsgrond met drie specifieke uitzonderingen, die in deze zaak niet van toepassing zijn. De tienjaarstermijn geldt ook als de schuldenaar te goeder trouw is bij het ontstaan van nieuwe schulden. De hardheidsclausule biedt geen ruimte voor afwijking van deze regel.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de strikte toepassing van artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro en wijst het cassatieberoep af. Dit onderstreept de beleidsmatige keuze om de instroom in de schuldsaneringsregeling te beheersen en de werklast van rechter en bewindvoerder te beperken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tienjaarstermijn voor toelating tot de schuldsaneringsregeling blijft onverkort van toepassing.