ECLI:NL:PHR:2013:BY3120
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor fiscale standpuntbepaling over investering in windturbines
Deze zaak betreft de vraag of de Staat aansprakelijk is wegens een fiscale standpuntbepaling van de Belastingdienst over een voorgenomen investering van eiser in windturbines. Eiser sloot intentie- en koopovereenkomsten met betrekking tot windenergieprojecten, waarbij ontbindende voorwaarden waren gesteld die afhankelijk waren van een positieve ruling van de Belastingdienst.
De Belastingdienst gaf aanvankelijk een negatieve standpuntbepaling, waarna eiser de koopovereenkomsten ontbond. Later werd alsnog een positieve beslissing gegeven. Eiser vorderde daarop schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de Staat.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, stellende dat de brief van 31 januari 2005 een voorlopige standpuntbepaling was en dat het causaal verband tussen deze standpuntbepaling en de schade ontbrak. Het hof oordeelde dat eiser de overeenkomsten ook zou hebben ontbonden indien de Belastingdienst zich van een oordeel had onthouden. Het cassatieberoep van eiser werd verworpen omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en het causaal verband ontbrak.
De Hoge Raad bevestigt dat het dispositievereiste niet relevant is voor toezeggingen in dit civiele aansprakelijkheidsrechtelijke kader en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de Staat niet aansprakelijk is. De klachten van eiser over het ontbreken van een toezegging en het causaliteitsvereiste worden verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van het causaal verband en de hypothetische situatie bij aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat niet aansprakelijk is omdat het causaal verband tussen de fiscale standpuntbepaling en de schade ontbreekt.