ECLI:NL:PHR:2013:BY4107
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter inzake gezagsbeslissing minderjarige met verblijf in Suriname
Deze zaak betreft een verzoek van de vader om met het ouderlijk gezag over zijn minderjarige zoon te worden belast. De minderjarige was geboren in Nederland, maar verbleef sinds mei 2010 samen met zijn overleden moeder in Suriname. De vader richtte zich in oktober 2010 tot de Nederlandse rechter met het verzoek om gezag.
De rechtbank en het hof 's-Gravenhage oordeelden dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd was op grond van art. 8 lid 1 Brussel Pro II-bis, omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland zou hebben behouden. De grootouders van de minderjarige voerden hoger beroep en stelden onder meer dat de gewone verblijfplaats was gewijzigd naar Suriname.
De Hoge Raad stelt in cassatie dat het hof onjuist heeft geoordeeld over de gewone verblijfplaats. Uit de feiten volgt dat de moeder en minderjarige zich met de intentie tot vestiging in Suriname hadden gevestigd, onder meer door uitschrijving uit de Nederlandse basisadministratie en inschrijving op een Surinaamse school. Hierdoor was de Nederlandse rechter niet internationaal bevoegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en beslist zelf dat de Nederlandse rechter geen internationale bevoegdheid heeft. De overige klachten over benoeming van een bijzondere curator en gezagsverlening aan de vader worden niet behandeld vanwege het ontbreken van internationale bevoegdheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en beslist dat de Nederlandse rechter niet internationaal bevoegd is omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Suriname had.