ECLI:NL:PHR:2013:BY4148
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontheffing ouderlijk gezag wegens onmacht moeder in pleegzorgsituatie
De zaak betreft een verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige zoon die sinds 2003 in een pleeggezin verblijft, aanvankelijk vrijwillig en vanaf 2007 gedwongen. De moeder verzette zich tegen de ontheffing en voerde aan dat zij wel degelijk in staat was tot verzorging en opvoeding, ondersteund door een psychologisch rapport.
Het hof oordeelde dat de moeder onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mede vanwege haar voortdurende strijd met hulpverleners en pleegouders, het zoeken van publiciteit op schadelijke wijze, en het veroorzaken van onduidelijkheid over wie beslissingen mag nemen. Dit belast het kind en belemmert zijn behoefte aan zekerheid en continuïteit.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatieberoepen van de moeder. De Raad benadrukte dat het belang van het kind bij stabiliteit en continuïteit in de opvoedingssituatie zwaarwegend is en dat de strijd van de moeder dit belang schaadt. Ook al beschikt de moeder over opvoedingscapaciteiten, is het ontbreken van samenwerking en het loyaliteitsconflict bij het kind doorslaggevend.
De Hoge Raad onderstreepte dat een ontheffing van het gezag kan worden uitgesproken als de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende blijken om ernstige bedreiging van het kind af te wenden. De beslissing is in het belang van het kind en sluit een verdere ontwikkeling van de band met de moeder niet uit.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder.