ECLI:NL:PHR:2013:BY4353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlanderschap afgewezen wegens betwiste identiteit verzoekster
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De rechtbank 's-Gravenhage heeft dit verzoek afgewezen nadat zij oordeelde dat verzoekster gebruik maakt van onjuiste persoonsgegevens en zich ten onrechte heeft uitgegeven voor een ander persoon, ondanks dat verzoekster zich beroept op haar geboorteakte en haar persoonlijke staat als wettig kind.
De rechtbank heeft het onderzoek naar de identiteit van verzoekster zorgvuldig uitgevoerd en geoordeeld dat het beroep op artikel 1:209 BW Pro niet kan slagen omdat de identiteit van de persoon in de geboorteakte niet overeenkomt met die van verzoekster. Verzoekster heeft hiertegen cassatieberoep ingesteld, stellende dat zij wel degelijk de identiteit bezit zoals vermeld in de geboorteakte en dat de rechtbank ten onrechte haar identiteit heeft onderzocht.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet slagen omdat de identiteit van verzoekster door de Staat is betwist en de rechtbank haar onderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd. Gezien het gebruik van onjuiste persoonsgegevens kan verzoekster geen beroep doen op de geboorteakte, ook niet op grond van artikel 1:209 BW Pro. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.