ECLI:NL:PHR:2013:BY4466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen tussenvonnis wegens overschrijding beroepstermijn
In deze zaak ging het om een cassatieberoep tegen een tussenvonnis van de rechtbank 's-Gravenhage. De rechtbank had achteraf toestemming gegeven voor tussentijds hoger beroep van een eerder gewezen tussenvonnis. Eisers tot cassatie waren in hoger beroep gekomen na het verstrijken van de beroepstermijn. Het gerechtshof verklaarde hen daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het arrest van het hof een tussenarrest betrof, waartegen tussentijds cassatieberoep op grond van art. 401a lid 2 Rv. niet is toegestaan, tenzij de rechter anders bepaalt. Dit was niet het geval, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Daarnaast benadrukte de Hoge Raad dat het openen van de mogelijkheid tot tussentijds hoger beroep door de rechtbank niet betekent dat het hoger beroep buiten de beroepstermijn mag worden ingesteld. De beroepstermijn moet strikt worden nageleefd. Eisers tot cassatie konden nog wel in hoger beroep komen tegen het tussenvonnis tegelijk met het eindvonnis.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is, en dat het oordeel van het hof over de overschrijding van de beroepstermijn juist en voldoende gemotiveerd is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn voor het hoger beroep tegen het tussenvonnis.