ECLI:NL:PHR:2013:BY4558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkingen van het beroepsrecht van gefailleerde tegen schikkingsbeschikking curator
In deze faillissementszaak stond centraal of de gefailleerde schuldenaar hoger beroep kon instellen tegen een beschikking van de rechter-commissaris die toestemming gaf aan de curator om een schikking te treffen met een schuldeiser. De curator had namens de boedel een vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid overgenomen en wilde een schikking sluiten die de vordering erkende tot een bepaald percentage van het toegewezen bedrag.
De rechter-commissaris verklaarde het verzoek van de curator ontvankelijk en verleende goedkeuring, terwijl het hoger beroep van de schuldenaar niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij niet tot de kring van beroepgerechtigden volgens art. 67 Fw Pro behoorde. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat het faillissementsrecht gericht is op een vlotte afwikkeling van het faillissement, waarbij niet iedere belanghebbende automatisch beroep kan instellen.
De Hoge Raad benadrukte dat de rechtspositie van de schuldenaar niet wezenlijk wordt aangetast door de curator die namens de boedel optreedt en dat de schuldenaar zijn bezwaren in de procedure zelf kan aanvoeren. Ook het argument dat de schikking de procesrechten van de schuldenaar aantast, werd verworpen. De Hoge Raad verwierp daarmee het cassatieberoep en bevestigde de beperking van het beroepsrecht in faillissementsprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gefailleerde niet gerechtigd is tot hoger beroep tegen de schikkingsbeschikking van de rechter-commissaris.