ECLI:NL:PHR:2013:BY4559
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid schuldenaar tot hoger beroep tegen schikkingsbeschikking curator in faillissement
In deze faillissementszaak heeft de curator namens de boedel een vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid tegen de schuldenaar voortgezet. De curator verzocht de rechter-commissaris om toestemming tot het aangaan van een schikking met een schuldeiser. De rechter-commissaris verleende deze toestemming en verklaarde het hoger beroep van de schuldenaar tegen deze beschikking niet-ontvankelijk.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het hoger beroep van de schuldenaar niet-ontvankelijk omdat hij niet behoort tot de kring van personen die op grond van art. 67 Faillissementswet Pro gerechtigd zijn tot hoger beroep tegen beschikkingen van de rechter-commissaris. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat alleen degene die de beschikking heeft verzocht of tot wie deze is gericht, hoger beroep kan instellen.
De Hoge Raad overweegt dat de rechtspositie van de schuldenaar niet wezenlijk wordt aangetast door de schikking die de curator namens de boedel aangaat. De schuldenaar verliest immers de beschikking over zijn vermogen bij faillietverklaring. Bovendien kan de schuldenaar zijn bezwaren tegen de vordering in de procedure zelf naar voren brengen. Het belang van een vlotte afwikkeling van het faillissement rechtvaardigt deze beperking van het beroepsrecht.
De Hoge Raad wijst ook het argument af dat de schuldenaar door het ontbreken van hoger beroep zijn recht op twee instanties verliest. Dit is geen grond om het beroep ontvankelijk te verklaren. De conclusie is dat de schuldenaar niet-ontvankelijk is in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris tot goedkeuring van de schikking.
Uitkomst: De schuldenaar is niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris tot goedkeuring van de schikking.