ECLI:NL:PHR:2013:BY5049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in huwelijksregistratiezaak
In deze zaak gaat het om de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank die de inschrijving van zijn huwelijk in het Nederlandse huwelijksregister gelastte.
De vrouw had de rechtbank verzocht om een verklaring voor recht dat haar huwelijksakte vatbaar was voor opname in het Nederlandse register en om inschrijving daarvan. De rechtbank heeft dit toegewezen en de beschikking aan de man gestuurd. De man stelde hoger beroep in zonder tussenkomst van een advocaat, waarna het hof het beroepschrift retour zond. Pas later diende een advocaat een nieuw beroepschrift in.
De Hoge Raad oordeelt dat het oorspronkelijke hoger beroep te laat is ingesteld omdat het beroepschrift pas na het verstrijken van de wettelijke termijn van drie maanden werd ontvangen. Het herstel door de advocaat kan dit niet compenseren. De stelling van de man dat hij de beschikking later ontving vanwege slechte postbezorging is onvoldoende onderbouwd. Het hof heeft de beschikking terecht als ontvangen op 7 september 2010 aangemerkt. De conclusie van de A-G is verwerping van het cassatiemiddel.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.