ECLI:NL:PHR:2013:BY5435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij witwaszaak
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld wegens witwassen tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan een maand voorwaardelijk. Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest en voerde onder meer aan dat sprake was van een onrechtmatige doorzoeking en dat het verkregen bewijs uitgesloten moest worden vanwege een vormverzuim.
Het hof constateerde inderdaad een schending van artikel 96c Sv, maar oordeelde dat het vormverzuim niet tot bewijsuitsluiting hoefde te leiden omdat verdachte niet daadwerkelijk in zijn verdediging was geschaad en het resultaat van de doorzoeking niet anders zou zijn geweest bij naleving van de voorschriften. De Hoge Raad onderschrijft deze overwegingen en wijst het beroep op bewijsuitsluiting af.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het niet vereist is dat het misdrijf waarvan het geld afkomstig is nauwkeurig wordt aangeduid, hetgeen het middel dat dit betwist faalt. Tenslotte constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf ambtshalve verminderd moet worden. De rest van het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, bewijsuitsluiting wordt afgewezen.