ECLI:NL:PHR:2013:BY6311
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens onvoldoende onderbouwing en hoedanigheidswissel bestuurder
In deze zaak heeft eiser tijdig cassatieberoep ingesteld tegen drie arresten van het Haagse Hof. Het beroep bevat een reeks klachten die grotendeels onbegrijpelijk zijn en niet voldoen aan de vereisten voor cassatie, zoals het ontbreken van concrete aanwijzingen tegen welke oordelen de klachten zijn gericht en waarom het hof het recht zou hebben geschonden.
Eiser negeert dat in cassatie geen plaats is voor nieuwe feiten en dat de Hoge Raad geen feitenrechter is. Het hof heeft het bewijs en de feiten met ruime motivering vastgesteld, waarbij de bewijslast bij verweerder lag en het hof zijn oordeel ampel heeft gemotiveerd.
Een belangrijk punt in het geschil was de vermeende wisseling van hoedanigheid van verweerder tijdens het geding, die eiser aanvoerde als grond voor cassatie. De Hoge Raad stelt echter vast dat verweerder ook in eerste instantie namens de vennootschap optrad, en dat deze handelwijze geoorloofd is volgens eerdere rechtspraak. De klachten over de hoedanigheidswissel missen daarmee feitelijke grondslag.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens gebrek aan gegrondheid en onvoldoende onderbouwing van de klachten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en gegrondheid.