ECLI:NL:PHR:2013:BY6752
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname
In deze zaak staat de vraag centraal of verzoekster op grond van art. 6 lid 4 van Pro de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen Nederland en Suriname (TOS) de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Verzoekster werd geboren in 1974 en erkend in 1978. De rechtbank 's-Gravenhage stelde vast dat zij bij geboorte de Nederlandse nationaliteit verkreeg door afstamming van een ongehuwde Nederlandse moeder, maar dat zij op grond van art. 6 lid 1 TOS Pro de Surinaamse nationaliteit volgde bij inwerkingtreding van de TOS in 1975.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet kon opteren voor de Nederlandse nationaliteit op grond van art. 6 lid 4 TOS Pro, omdat dit artikel slechts een correctiemogelijkheid biedt voor gevallen waarin minderjarigen een andere nationaliteit verkrijgen dan zij zouden hebben gehad als zij meerderjarig waren geweest op het moment van inwerkingtreding van de TOS. Verzoekster had geen andere nationaliteit verkregen dan zij zou hebben gehad bij meerderjarigheid, zodat de optiemogelijkheid niet openstond.
Verzoekster stelde in cassatie dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had, met name dat zij als meerderjarige het Nederlanderschap had kunnen verkrijgen als zij vóór 25 november 1975 buiten Suriname was gaan wonen. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat art. 6 lid 4 TOS Pro niet voorziet in een vrije keuze voor meerderjarigen om alsnog te opteren, maar slechts een fictie van meerderjarigheid hanteert zonder wijziging van woonplaats.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het beroep af, waarmee het oordeel van de rechtbank blijft staan dat verzoekster niet de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen op grond van art. 6 lid 4 TOS Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekster verkrijgt niet de Nederlandse nationaliteit op grond van art. 6 lid 4 TOS.