ECLI:NL:PHR:2013:BY7636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling
De rechtbank Haarlem heeft op 6 september 2011 het faillissement van verzoeker opgeheven en een schuldsaneringsregeling uitgesproken. Op 10 juli 2012 verzocht de bewindvoerder om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen vanwege schending van verplichtingen door verzoeker en het ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden.
De rechtbank heeft op 28 augustus 2012 de regeling tussentijds beëindigd wegens schending van de informatie- en sollicitatieplicht en het niet meewerken aan een doeltreffende uitvoering. Verzoeker was niet verschenen om dit toe te lichten. Het hof Amsterdam heeft dit vonnis op 1 november 2012 bekrachtigd.
Verzoeker kwam tijdig in cassatie, maar de Hoge Raad concludeert dat de klachten over de sollicitatieplicht, het ontstaan van nieuwe schulden en de rol van de bewindvoerder berusten op een onjuiste rechtsopvatting en onvoldoende inzicht in de eisen van de schuldsaneringsprocedure. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft gehandhaafd.