ECLI:NL:PHR:2013:BY7637
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens nieuwe schulden en niet-naleving verplichtingen
Bij vonnis van 20 februari 2012 werd een schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van verzoeker. Op 4 september 2012 heeft de rechtbank Zutphen de regeling tussentijds beëindigd zonder verlening van schone lei, omdat verzoeker nieuwe schulden had laten ontstaan, waaronder CJIB-schulden, die hij waarschijnlijk niet zou kunnen aflossen binnen de termijn. Tevens bleek verzoeker niet in staat de verplichtingen van de regeling na te komen. Daarnaast waren feiten en omstandigheden bekend die reeds bij het verzoek bestonden en reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen.
Het hof Arnhem bekrachtigde dit vonnis op 5 november 2012 en voegde toe dat in hoger beroep een niet gemelde schuld aan het licht was gekomen die niet te goeder trouw was ontstaan. Gezien het preferente karakter van deze schuld en het substantiële deel dat deze uitmaakt van de totale schuldenlast, zou dit de toelating tot de regeling in de weg hebben gestaan.
Verzoeker kwam tijdig in cassatie binnen de wettelijke termijn, maar de Hoge Raad concludeert dat de aangevoerde middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Het eerste middel geeft geen aanleiding tot een ander oordeel en het tweede strandt op de informatieplicht die op verzoeker rust. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei blijft in stand.