ECLI:NL:PHR:2013:BY8092
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling bij eerdere buitenlandse faillietverklaring
De zaak betreft de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoeker nadat was gebleken dat hij eerder in België failliet was verklaard. De rechtbank Zwolle-Lelystad had verzoeker toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, maar beëindigde deze later op grond van het niet melden van de Belgische faillietverklaring en andere omstandigheden zoals belastingfraude en het onttrekken van een auto aan verhaal.
Het hof Leeuwarden bevestigde de beëindiging en oordeelde dat een secundaire insolventieprocedure in Nederland slechts een liquidatieprocedure mag zijn wanneer in de lidstaat van het centrum van belangen een hoofdinsolventieprocedure is geopend. De schuldsaneringsregeling werd daarom ten onrechte uitgesproken.
Verzoeker stelde cassatie in tegen dit oordeel, stellende dat de Belgische faillissementsprocedure niet in de weg staat aan een Nederlandse schuldsaneringsregeling en dat het hof onvoldoende onderzoek had gedaan naar het centrum van de belangen. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het hof op sommige punten onjuist had geoordeeld, verzoeker geen belang had bij cassatie omdat de beëindiging van de schuldsaneringsregeling ook op andere gronden rechtmatig was, met name de strafrechtelijke veroordeling wegens belastingfraude.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De zaak benadrukt de toepassing van de Insolventieverordening en de voorwaarden waaronder een schuldsaneringsregeling kan worden beëindigd bij grensoverschrijdende insolventie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens eerdere buitenlandse faillietverklaring en fraude.