ECLI:NL:PHR:2013:BY8098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over hoor en wederhoor en benoeming deskundigen bij onteigeningsprocedure
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van eiser tegen een vonnis van de rechtbank Maastricht waarin de vervroegde onteigening van zijn perceel is uitgesproken en de schadeloosstelling is vastgesteld. Eiser betwist onder meer de noodzaak van onteigening en beroept zich op een mondelinge overeenkomst die hem levenslang recht zou geven om in zijn woning te blijven wonen.
De Kroon had de bedenkingen van eiser gehoord, maar deed dit gescheiden van de gemeente, wat eiser als schending van het beginsel van hoor en wederhoor aanvoert. De rechtbank oordeelde dat deze wijze van horen toelaatbaar is volgens artikel 86 lid 2 van Pro de oude Onteigeningswet en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet vereist dat partijen in elkaars aanwezigheid worden gehoord in deze administratieve procedure.
Daarnaast klaagt eiser over de benoeming van deskundigen door de rechtbank zonder voorafgaand overleg met hem, terwijl artikel 194 lid 2 Rv Pro dit voorschrijft. De Hoge Raad bevestigt dat artikel 32 Ow Pro bepaalt dat de formele regels omtrent deskundigen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet volledig van toepassing zijn op onteigeningsprocedures, waardoor voorafgaand overleg niet noodzakelijk is. De gangbare praktijk en het pragmatisme rechtvaardigen deze werkwijze.
De Hoge Raad concludeert dat de klachten van eiser geen doel treffen en verwerpt het cassatieberoep, waarmee het vonnis van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.