ECLI:NL:PHR:2013:BY8311
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van veroordeling wegens niet voldoen aan vordering politie op grond van APV Venlo
In deze zaak stond centraal of verdachte terecht was veroordeeld voor het niet voldoen aan een vordering van politieambtenaren om de Kaldenkerkerweg in Venlo te verlaten en daar die avond en nacht niet meer te verschijnen, op grond van artikel 3:18 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Venlo.
De politieagenten zagen verdachte op de Kaldenkerkerweg tippelen, een term die zij omschreven als het zoeken van contact met passanten met het oog op het verrichten van prostitutie. Verdachte werd meerdere malen gevorderd weg te gaan, maar gaf hieraan geen gehoor. Het hof verklaarde dit bewezen op basis van de verklaringen van de verbalisanten en het proces-verbaal van bevindingen.
Verdediging voerde aan dat er geen sprake was van tippelen en dat de vordering niet rechtmatig was omdat de APV geen gebiedsverbod voor avond en nacht toestaat. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de vordering terecht als bevoegd en voldoende gemotiveerd beschouwde en dat de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie geen gevolgen had voor de inhoudelijke beoordeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling tot een geldboete van €150,- wegens het opzettelijk niet voldoen aan een wettelijk gegeven bevel van politie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot een geldboete wegens het niet voldoen aan een vordering van politie op grond van de APV Venlo.