ECLI:NL:PHR:2013:BY8591
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep in schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De verzoeker heeft bij verzoekschrift van 7 mei 2012 toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) gevraagd. De rechtbank 's-Gravenhage wees dit verzoek bij vonnis van 25 juni 2012 af. Dit vonnis ontbreekt in de cassatiestukken. Het hof 's-Gravenhage bekrachtigde het vonnis bij arrest van 13 november 2012. De verzoeker kwam hiertegen tijdig in cassatie.
In cassatie klaagt de verzoeker over het oordeel van het hof dat hij niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en/of het onbetaald laten van een belangrijk deel van zijn schulden. De verzoeker stelt dat het hof een onjuiste lezing van het arrest en een onjuist begrip van de vereiste goede trouw hanteert.
Het hof oordeelde dat schulden niet van karakter veranderen wanneer een derde de CJIB-schulden voldoet en er een nieuwe schuld aan die derde ontstaat. De verzoeker zou niet buiten zijn schuld in een uitzichtloze financiële positie zijn geraakt. De door de verzoeker aangevoerde omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel.
De Procureur-Generaal concludeert tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van artikel 80a lid 1 RO vanwege het ontbreken van goede trouw bij de verzoeker.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan goede trouw van de verzoeker.