ECLI:NL:PHR:2013:BY8592
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende stabiliteit
De zaak betreft een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van een schuldenaar met een totale schuldenlast van circa €104.000. De rechtbank Rotterdam wees het verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat de schuldenaar te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, en dat zij haar verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen.
De schulden betroffen onder meer kinderopvangkosten, belastingschulden, huurachterstanden en abonnementen die niet strikt noodzakelijk waren. De rechtbank en het hof oordeelden dat deze schulden niet te goeder trouw waren ontstaan, mede omdat de kinderopvangtoeslag niet voor de opvangkosten was gebruikt, de schulden na een woningontruiming waren ontstaan en sprake was van overbesteding. De schuldenaar voerde aan dat psychosociale problemen en haar ex-partner een rol speelden, maar dit werd onvoldoende onderbouwd met medische verklaringen.
Het hof bekrachtigde het vonnis en oordeelde dat de positieve ontwikkelingen in de situatie van de schuldenaar nog te recent waren om van een bestendige en stabiele situatie te spreken. De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof niet onjuist of onbegrijpelijk is en wijst het cassatieberoep af. De schuldenaar wordt aangemoedigd een nieuw verzoek in te dienen zodra zij meer inzicht kan geven in het ontstaan van de schulden en haar situatie stabieler is.
De zaak benadrukt het belang van goede trouw bij het ontstaan van schulden en het aantonen van voldoende stabiliteit en sociaal vangnet voor toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming van verplichtingen.