ECLI:NL:PHR:2013:BY8593
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming verplichtingen
Verzoekers hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat verzoekers te goeder trouw waren met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Daarnaast was onvoldoende gebleken dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zouden nakomen en zich zouden inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Het gerechtshof bevestigde dit vonnis bij arrest. Verzoekers kwamen vervolgens binnen de wettelijke termijn in cassatie tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Het oordeel van het hof over de goede trouw en de nakoming van verplichtingen was feitelijk en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad benadrukte dat het aan de schuldenaar is om aannemelijk te maken dat aan de vereisten van goede trouw en nakoming van verplichtingen wordt voldaan. De door verzoekers overgelegde stukken, waaronder bewijs van inspanningen tot het verkrijgen van werk, waren onvoldoende om het oordeel van het hof te weerleggen.
De Procureur-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waarmee de eerdere afwijzing van het verzoek tot schuldsanering definitief bleef staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de afwijzing van het verzoek tot schuldsaneringsregeling blijft in stand.