ECLI:NL:PHR:2013:BY8984
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie wegens ontbreken aanwezigheid verdachte en raadsman bij verstekveroordeling
In deze zaak is verdachte bij verstek veroordeeld wegens overtreding van artikel 163, zesde lid van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte noch zijn raadsman waren aanwezig bij de behandeling in hoger beroep, waarna het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet indienen van grieven en het ontbreken van mondelinge bezwaren.
De advocaat van verdachte stelde in cassatie dat het proces-verbaal onvolledig was omdat het niet vermeldde dat hij wel aanwezig was, en dat het hof had moeten onderzoeken of verdachte ten tijde van de zitting uit anderen hoofde gedetineerd was. De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van vermelding van de raadsman in het proces-verbaal niet leidt tot nietigheid van het onderzoek of arrest, en dat het hof aannemelijk had gemaakt dat het vereiste onderzoek was verricht.
Verder werd vastgesteld dat de dagvaarding in persoon was uitgereikt, waardoor het vermoeden bestaat dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. De detentie van verdachte op een politiebureau ten tijde van de zitting bood geen duidelijke aanwijzing dat dit niet het geval was, temeer daar niet was gebleken dat verdachte aan een ambtenaar of advocaat had kenbaar gemaakt dat hij bij de zitting aanwezig wilde zijn. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verstekvonnis blijft in stand.