ECLI:NL:PHR:2013:BY9000

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03920 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SvArt. 23 lid 5 SvArt. 552p Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking wegens onjuiste maatstaf bij oproeping betrokkene in raadkamer

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 30 augustus 2011 verlof verleend op grond van art. 552p Sv. De betrokkene, vertegenwoordigd door mr. Y. Taekema, stelde cassatiemiddel voor tegen de beslissing dat het oproepen van betrokkene voor het onderzoek in raadkamer achterwege kon blijven omdat het belang van het onderzoek ernstig geschaad zou kunnen worden.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft toegepast. Volgens art. 23 lid 5 Sv Pro is de maatstaf dat het onderzoek ernstig wordt geschaad, niet dat het ernstig geschaad kan worden. Dit verschil is van wezenlijk belang voor de toepassing van de uitzonderingsbepalingen in art. 23 Sv Pro.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het middel gegrond is en dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling en afdoening op de bestaande vordering.

Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om de beschikking te handhaven. De zaak betreft een belangrijke interpretatie van de procedurele waarborgen rond het horen van betrokkene in raadkameronderzoek.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onjuiste maatstaf en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof.

Conclusie

Nr. 12/03920 B
Mr. Vellinga
Zitting: 4 december 2012
Conclusie inzake:
[Klager = betrokkene]
1. Bij beschikking van 30 augustus 2011 heeft de Rechtbank te Rotterdam verlof verleend als bedoeld in 552p Sv.
2. Namens klager heeft mr. Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 12/03905 en 12/03920. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
4. Het middel houdt in dat de rechtbank door te oordelen dat het oproepen van betrokkenen op goede gronden achterwege is gebleven, nu het belang van het onderzoek ernstig geschaad kan worden indien verkregen onderzoeksgegevens voortijdig bekend zouden worden, een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
5. Het middel is gegrond. Art. 23 lid 5 Sv Pro houdt immers in dat het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid niet van toepassing is voor zover het belang van het onderzoek hierdoor ernstig wordt geschaad. Vgl. HR 4 oktober 2011, LJN BR2326, rov. 2.4.
6. Het middel slaagt.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op de bestaande vordering opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG