ECLI:NL:PHR:2013:BY9081
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake vrijwaring makelaar voor veilingkosten
In deze zaak stond de vraag centraal of een cassatieberoep ontvankelijk was tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake de vrijwaring van een makelaar door een cliënt voor veilingkosten. De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen onvoldoende waren onderbouwd, omdat zij steunden op stellingen uit eerdere instanties zonder duidelijke verwijzing naar de processtukken.
De feiten betroffen een samenwerking tussen partijen waarbij de deskundigheid van betrokkenen, waaronder een persoon met bouwkundige achtergrond, een rol speelde. Het hof had geoordeeld dat de cliënt de makelaar moest vrijwaren, mede gelet op de bestaande samenwerking en deskundigheid. De middelen in cassatie konden dit oordeel niet effectief betwisten.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaard moest worden op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad volgde dit advies en wees het beroep af zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van de middelen.