ECLI:NL:PHR:2013:BY9714
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor deelname aan een criminele organisatie en diverse overtredingen van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. De Hoge Raad vernietigde dit arrest deels en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Dit hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor enkele feiten en legde een gevangenisstraf van één jaar op voor andere feiten.
Verdachte stelde beroep in cassatie in, vertegenwoordigd door advocaten uit Amsterdam. De aanzegging van het cassatieberoep werd op geldige wijze betekend, maar binnen de wettelijke termijn van twee maanden werd geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend namens verdachte.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat niet is voldaan aan het voorschrift van artikel 437 lid 2 Sv Pro, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van schriftelijke middelen.