ECLI:NL:PHR:2013:BZ0007

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02779 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a SvArt. 552a SvArt. 80a ROArt. 103 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onjuiste opvatting over beslagmogelijkheden

Het cassatieberoep betreft een beschikking van de Rechtbank Rotterdam waarbij een klaagschrift ex art. 552a Sv ongegrond werd verklaard. Klager stelde dat een beslag op grond van art. 94 Sv Pro en een beslag op grond van art. 94a Sv niet naast elkaar kunnen bestaan. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bevestigd dat beide bepalingen naast elkaar kunnen gelden, zoals in HR 28 september 2010 en HR 5 september 2006.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden en verklaart het beroep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de rechtmatigheid van de eerdere beslissing van de rechtbank en sluit het beroep af.

De uitspraak benadrukt de mogelijkheid van gelijktijdig beslag op grond van verschillende wetsartikelen en verduidelijkt daarmee de beslagpraktijk binnen het strafprocesrecht. Het arrest draagt bij aan de rechtszekerheid omtrent de toepassing van beslagregels.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een onjuiste rechtsopvatting over beslagmogelijkheden.

Conclusie

Nr. 12/02779 B
Mr. Knigge
Zitting: 11 december 2012
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het beroep in cassatie van klager heeft betrekking op een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 mei 2012 waarbij een namens klager ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift ongegrond is verklaard.
2. Het middel steunt op de opvatting dat een beslag ex art. 94 Sv Pro en een beslag ex art. 94a Sv niet naast elkaar kunnen bestaan. Die opvatting is onjuist. Zie HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654, waarin in rov. 2.7 wordt gesproken van de "bepalingen of bepalingen" die aan het beslag ten grondslag "ligt of liggen" en waarbij ten aanzien van "liggen" voetnootsgewijs wordt verwezen naar onder meer HR 5 september 2006, LJN AU6712, NJ 2006/612 waarin sprake was van een beslag dat - na handhaving ex art. 103 Sv Pro - zowel op art. 94 Sv Pro als op art. 94a Sv was gebaseerd.
3. Uit het voorgaande volgt dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat het cassatieberoep niet ontvankelijk wordt verklaard op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG