ECLI:NL:PHR:2013:BZ0521

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 maart 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/05347
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 288 lid 1 sub c FwArt. 407 lid 2 RvArt. 292 lid 6 FwArt. 5.4.3 Landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid nakoming verplichtingen

Verzoekster heeft op 5 maart 2012 een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank 's-Gravenhage wees dit verzoek bij vonnis van 18 juni 2012 af, omdat onvoldoende aannemelijk was dat verzoekster de verplichtingen uit de schuldsanering naar behoren zou nakomen en zich zou inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

Verzoekster ging in hoger beroep, maar het hof 's-Gravenhage bekrachtigde het oordeel van de rechtbank. Het hof stelde dat omdat de meerdaagse behandeling van verzoekster bij PsyQ pas kort geleden was gestart, nog niet kon worden bevestigd dat haar psychische problemen beheersbaar waren zoals vereist in de toelatingscriteria. Dit vormde een belemmering voor toelating tot de regeling. Daarnaast was er een reëel risico dat de regeling zonder toekenning van de schone lei beëindigd zou worden, waardoor toegang tot de regeling voor tien jaar uitgesloten zou zijn.

Tegen dit oordeel stelde verzoekster cassatie in met klachten over het ontbreken van een oordeel van een behandelaar, haar langdurige traject bij de gemeente, haar stabiele leefomgeving met volwassen zoons, en de oorzaak van haar schulden. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden voor cassatie.

Conclusie

12/05347
Mr. L. Timmerman
Parket: 18 januari 2013
Conclusie inzake:
[Verzoekster]
verzoekster tot cassatie
1. Op 5 maart 2012 heeft [verzoekster] een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank 's-Gravenhage heeft het verzoek bij vonnis van 18 juni 2012 afgewezen op de grond dat onvoldoende aannemelijk was dat [verzoekster] de uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (art. 288 lid 1 sub c Fw Pro). [verzoekster] is hiervan in hoger beroep gekomen.
2. Bij arrest van 13 november heeft het hof 's-Gravenhage het oordeel van de rechtbank bekrachtigd. Aangezien de meerdaagse behandeling (14 à 15 uur per week) van [verzoekster] bij PsyQ pas een week geleden is gestart, is het niet mogelijk dat een hulpverlener nu al kan bevestigen dat de psychische problemen van [verzoekster] beheersbaar zijn als bedoeld in art. 5.4.3 van de "Landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling" (bijlage IV bij het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken). Dit staat aan toelating tot de schuldsanering in de weg. Bovendien bestaat bij toelating het reële risico dat de regeling zonder toekenning van de schone lei beëindigd wordt, waarna de toegang tot de schuldsaneringsregeling voor een periode van tien jaar uitgesloten zou zijn, aldus het hof.
3. Hiertegen heeft [verzoekster] tijdig(1) cassatieberoep ingesteld. Geklaagd wordt (i) dat het feit dat een behandelaar nog geen oordeel kan geven over de vraag of [verzoekster] de schuldsaneringsverplichtingen zal kunnen nakomen, nog niet betekent dat er geen speciale omstandigheden zijn - de hierna onder (ii) tot (iv) te noemen omstandigheden - op grond waarvan [verzoekster] wel toegelaten had kunnen worden, (ii) dat [verzoekster] al drie jaar in het voortraject van de schuldsanering bij de gemeente zit, terwijl andere schuldenaren die zich kort na [verzoekster] hadden aangemeld inmiddels wel een schone lei hebben verkregen, (iii) dat [verzoekster] door toedoen van een derde in de schulden is gekomen en met haar volwassen thuiswonende zoons - zonder dat nader toe te lichten - een stabiele leefomgeving heeft, en (iv) dat de psychische klachten niet de oorzaak zijn van de schulden, maar veeleer het gevolg daarvan. Deze in cassatie geponeerde klachten kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.
4. Deze conclusie strekt tot het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Het cassatieverzoekschrift is op 21 november 2012, derhalve binnen de in art. 292 lid 6 Fw Pro genoemde cassatietermijn van acht dagen ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.