ECLI:NL:PHR:2013:BZ1064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling
Verzoeker tot cassatie diende op 5 september 2012 bij de rechtbank te 's-Hertogenbosch een verzoek in tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank verklaarde dit verzoek op 31 oktober 2012 niet-ontvankelijk omdat verzoeker niet de vereiste gegevens aanleverde zoals bedoeld in artikel 285 lid 1 Faillissementswet Pro.
In hoger beroep bij het hof te 's-Hertogenbosch werd het verzoek eveneens niet-ontvankelijk verklaard, mede omdat het hoger beroep te laat was ingesteld en het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 285 Faillissementswet Pro, waaronder het ontbreken van een verklaring over het minnelijke traject en toelichting op het ontstaan van de schulden.
Verzoeker kwam met een cassatieberoep bij de Hoge Raad, maar dit werd niet ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden, aangezien de niet-ontvankelijkheid op meerdere gronden berustte en de bestreden grond niet voldoende werd bestreden.
Tegen de niet-ontvankelijkheid van de rechtbank stond geen hoger beroep open, wat volgt uit artikel 360 Faillissementswet Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van vereiste gegevens en te late indiening.