ECLI:NL:PHR:2013:BZ1441

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/02165
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 434 lid 1 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontoereikende strafmotivering bij diefstal door twee of meer verenigde personen

Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week en een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis. Namens verdachte zijn twee cassatiemiddelen ingediend. Het eerste middel faalt omdat de feiten en bewijsmiddelen voldoende zijn vastgesteld, waaronder aanwezigheid bij het aftappen van benzine en vlucht voor de politie.

Het tweede middel slaagt omdat het hof onjuist heeft gemotiveerd dat verdachte meerdere onherroepelijke veroordelingen voor vermogensdelicten had, terwijl het justitieel documentatieregister slechts één onherroepelijke veroordeling vermeldt. De Hoge Raad constateert dat de strafmotivering ontoereikend is en vernietigt het arrest voor wat betreft de strafoplegging.

De zaak wordt terugverwezen naar het hof of een aangrenzend hof voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep, met verwerping van het beroep voor het overige. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 11/02165
Zitting: 18 december 2012
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Voorts bevat het arrest een bijkomende beslissing, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Namens verdachte heeft mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. In aanmerking genomen dat de bewijsmiddelen onder meer inhouden dat verdachte bij het aftappen van benzine aanwezig was, op een gegeven moment de slang waarmee benzine werd afgetapt in handen had, en is gevlucht voor de politie, kan het eerste middel niet tot cassatie leiden.(1) Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Het tweede middel klaagt dat het Hof, ter motivering van de strafoplegging overwegende dat verdachte blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister bij onherroepelijke uitspraken eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, eraan voorbijgaat dat er blijkens dat uittreksel slechts sprake is van één onherroepelijke veroordeling.
5. Blijkens het op de voet van art. 434 lid 1 Sv Pro aan de Hoge Raad toegezonden uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 24 maart 2011 is de verdachte bij vonnis van de Kinderrechter te Utrecht d.d. 3 juli 2008 voor twee vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld. Voorts is de verdachte blijkens dat uittreksel bij niet onherroepelijk vonnis voor een vermogensdelict veroordeeld en is de verdachte ter zake van een vermogensdelict een transactievoorstel gedaan waaraan hij heeft voldaan. Bedoeld uittreksel rept dus, anders dan het Hof overweegt, maar van één onherroepelijke veroordeling ter zake van vermogensdelicten.
6. Het middel slaagt.(2)
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 5 oktober 2010, LJN BN1713.
2 Vgl. bijv. HR 10 april 2012, LJN BW1344 en HR 26 oktober 2010, LJN BO1752.