ECLI:NL:PHR:2013:BZ1540
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor meerdere delicten, waaronder gekwalificeerde diefstallen, poging tot doodslag, bedreiging met zware mishandeling en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging tot het indienen van middelen is op 4 mei 2012 betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen twee maanden na deze aanzegging een schriftuur houdende middelen worden ingediend. Deze schriftuur is niet binnen de gestelde termijn ontvangen door de Hoge Raad.
Daarom heeft de Procureur-Generaal geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.