ECLI:NL:PHR:2013:BZ1702
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens nieuwe schuld en tekortkomingen
Verzoekster was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling, waarbij zij verplicht was informatie te verstrekken en te solliciteren. De bewindvoerder stelde vast dat verzoekster deze verplichtingen niet naar behoren nakwam en dat een nieuwe schuld van €2.337,- bij de Belastingdienst was ontstaan wegens kinderopvangkosten die zij ten onrechte dacht dat de Sociale Dienst zou betalen.
De rechtbank weigerde de schone lei omdat verzoekster niet voldeed aan haar verplichtingen en een nieuwe schuld had laten ontstaan. In hoger beroep toonde verzoekster aan dat zij wel had gesolliciteerd en stukken had overgelegd, maar kon geen bewijs leveren van aflossing of betalingsregeling voor de nieuwe schuld.
Het hof oordeelde dat het ontstaan van de schuld verwijtbaar was en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om de tekortkoming buiten beschouwing te laten. Verzoekster had geen concreet aflossingsvoorstel gedaan, waardoor verlenging van de regeling niet opportuun was.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat de discretionaire bevoegdheid om de regeling te verlengen niet onjuist is toegepast. Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigt de weigering van de schone lei.