ECLI:NL:PHR:2013:BZ1897
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verbeurdverklaring kledingstukken wegens onvoldoende toebehoren aan verdachte
In deze strafzaak is verdachte veroordeeld door het Hof Amsterdam wegens medeplegen van invoer van heroïne. Het hof legde een gevangenisstraf van 33 maanden op en verklaarde diverse inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een vliegticket, instapkaart en twintig kledingstukken, verbeurd. Verdachte stelde in hoger beroep dat zij geen opzet had op de invoer en dat de kledingstukken niet aan haar toebehoorden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de koffer drugs bevatte, ondanks dat verdachte niet in de koffer keek. Dit verweer faalt. Wel vernietigt de Hoge Raad de verbeurdverklaring van de kledingstukken omdat het hof niet voldoende heeft vastgesteld dat deze aan verdachte toebehoorden. De kleding behoorde waarschijnlijk aan een ander die de kleding als dekmantel gebruikte.
De Hoge Raad stelt dat verbeurdverklaring van voorwerpen die niet aan verdachte toebehoren, hem niet in zijn vermogen treft en dat een klacht hierover geen rechtens te respecteren belang oplevert. De verbeurdverklaring van de kledingstukken wordt daarom vernietigd, voor zover nodig op grond van art. 440 Sv Pro. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van twintig kledingstukken en bevestigt de rest van het arrest.