ECLI:NL:PHR:2013:BZ2047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen uitspraak bestuursrechter
Eiser heeft bij het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wassenaar een aanvraag ingediend voor verlenging van een voorrangsverklaring, welke is afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage, waar het beroep ongegrond werd verklaard. Eiser ging in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde en een verzoek om voorlopige voorziening afwees.
Daarna heeft eiser cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ondanks een aankondiging heeft eiser geen nadere gronden voor het cassatieberoep aangevoerd en is geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de Hoge Raad op grond van artikel 78 lid 1 en Pro lid 4 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie geen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens is het beroep kansloos op grond van artikel 80a RO. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Hoge Raad geen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.