ECLI:NL:PHR:2013:BZ2865
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over compensatie passagiers bij vluchtvertraging en buitengewone omstandigheden
Deze zaak betreft de vraag of passagiers recht hebben op schadevergoeding bij langdurige vertraging van hun vlucht volgens Verordening (EG) nr. 261/2004. De Hoge Raad heeft de procedure aangehouden in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU).
Het HvJ EU heeft op 23 oktober 2012 geoordeeld dat passagiers recht hebben op compensatie indien zij drie uur of meer vertraging oplopen, tenzij de luchtvaartmaatschappij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen.
De Hoge Raad bevestigt dat het verweer van de luchtvaartmaatschappij ten onrechte door de kantonrechter is gepasseerd en dat de motiveringsklacht van de luchtvaartmaatschappij slaagt. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde behandeling.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de buitengewone omstandigheden strikt moeten worden geïnterpreteerd en dat de luchtvaartmaatschappij haar stellingen voldoende moet motiveren. De uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor de toepassing van de compensatieregeling in Nederland.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de prejudiciële uitspraak van het HvJ EU.