ECLI:NL:PHR:2013:BZ2938
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen
Op 14 december 2009 heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar wegens medeplegen van moord. Tegen dit vonnis is door de advocaat van verdachte beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
Echter, binnen de gestelde termijn van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering zijn geen schriftelijke middelen van cassatie ingediend. Hierdoor kon het cassatieberoep niet ontvankelijk worden verklaard.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft op 5 maart 2013 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Deze procedure hangt samen met andere zaken waarin soortgelijke conclusies zijn getrokken.
Het arrest bevestigt dat het ontbreken van schriftelijke middelen binnen de termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waardoor het vonnis van het gerechtshof onverminderd blijft staan.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van schriftelijke middelen binnen de termijn.