ECLI:NL:PHR:2013:BZ2959

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/00452
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77k SrArt. 9:1 SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging omzetting voorwaardelijke jeugddetentie in gevangenisstraf

Verdachte werd door het hof veroordeeld voor diefstal met braak en inklimming en kreeg een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd. Daarnaast beval het hof de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 76 dagen, waarbij het hof deze straf omzet in een gevangenisstraf.

De verdediging stelde drie cassatiemiddelen voor, waaronder dat het hof ten onrechte de voorwaardelijke jeugddetentie had omgezet in een gevangenisstraf. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (HR LJN AO1751) waarin is bepaald dat de rechter bij de last tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie deze straf niet kan vervangen door een gevangenisstraf.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het hof de omzetting van de voorwaardelijke jeugddetentie in gevangenisstraf heeft bevolen. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad verstaat dat het hof de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie heeft gelast, zonder omzetting.

De overige middelen worden verworpen, waaronder het middel dat het hof onvoldoende gemotiveerd zou hebben verzet tegen het verweer van verdachte en het middel dat het bewezenverklaarde medeplegen niet uit de bewijsmiddelen zou volgen. De Hoge Raad bevestigt dat uit de bewijzen kan worden afgeleid dat verdachte nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt bij de inbraak.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de omzetting van de voorwaardelijke jeugddetentie in gevangenisstraf beval; de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie wordt gelast zonder omzetting.

Conclusie

Nr. 12/00452
Mr. Vellinga
Zitting: 5 februari 2013
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens 1. "Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming" en 3. "Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming"(1) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Voorts heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf.
2. Namens verdachte heeft mr. R.J.M. Oerlemans, advocaat te 's-Hertogenbosch, drie middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste en het tweede middel hebben betrekking op het bewijs van het onder 3 bewezenverklaarde, luidende:
"hij op 13 februari 2009 te Loosbroek, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning en/of een bedrijfspand aan de [a-straat] nr. [1] heeft weggenomen:
- een gouden ketting;
- een hoeveelheid geld;
toebehorende aan [betrokkene 1] en/of [A], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming."
4. Het eerste middel houdt in dat het hof heeft verzuimd het bij de Rechtbank op 3 juli 2009 gevoerde verweer van verdachte dat hij vaak rondjes rijdt in zijn auto, dat hij de auto had uitgeleend en dat zijn telefoon waarschijnlijk in de auto is blijven liggen, toereikend gemotiveerd te verwerpen.
5. Het middel gaat eraan voorbij dat het Hof niet verplicht is ter terechtzitting van de Rechtbank gevoerde verweren gemotiveerd te verwerpen.
6. Het middel faalt
7. Het tweede middel houdt in dat het bewezenverklaarde medeplegen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
8. In aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen inhouden dat in het bedrijfspand was ingebroken en buiten een zware kluis op de grond lag alsmede dat de verdachte in de periode waarin de inbraak is gepleegd per telefoon heeft gevraagd waar NN-man is en hij heeft medegedeeld dat hij die man nodig heeft, kan uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid dat verdachte zo nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt bij de uitvoering van de inbraak dat van het bewezenverklaarde medeplegen kan worden gesproken. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof geoordeeld dat iemand een zware kluis niet alleen kan verplaatsen.
9. Het middel faalt.
10. Het derde middel strekt ten betoge dat het Hof de voorwaardelijk opgelegde straf van 76 dagen jeugddetentie, waarvan het Hof de tenuitvoerlegging heeft bevolen, niet heeft kunnen omzetten in een gevangenisstraf van 76 dagen.
11. Het bestreden arrest houdt te dien aanzien in:
"Het hof is ten aanzien van de vordering van het openbare ministerie te 's-Hertogenbosch van 3 juni 2009, tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de Kinderrechter te 's-Hertogenbosch van 22 mei 2007 onder parketnummer 01-853092-06 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 3 maanden, van oordeel, dat - nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt - in beginsel de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis, dient te worden gelast. Aangezien van deze straf reeds eerder 14 dagen ten uitvoer zijn gelegd, ligt van eerdergenoemde vordering tot tenuitvoerlegging nog slechts een gedeelte van 76 dagen jeugddetentie ter beoordeling voor.
Van de zijde van de verdediging is de vordering tot tenuitvoerlegging niet weersproken. Het hof zal gelet op het vorenstaande de tenuitvoerlegging bevelen, waarbij de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie - gelet op de leeftijd van verdachte - zal worden omgezet in gevangenisstraf."
12. In zijn arrest van 5 juli 2011, LJN BQ5730, NJ 2011, 329 heeft de Hoge Raad geoordeeld, dat de rechter niet reeds bij zijn last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf van jeugddetentie deze straf op de voet van art. 77k Sr kan vervangen door één van de straffen genoemd in art. 9, eerste lid, Sr. Daarom kan bedoelde last niet in stand blijven.
13. Het middel slaagt.
14. Het eerste en het tweede middel kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
15. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
16. Deze conclusie strekt er toe dat de bestreden uitspraak wordt vernietigd, doch uitsluitend voor zover het Hof heeft gelast dat de door hem bevolen tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 76 dagen wordt omgezet in 76 dagen gevangenisstraf, dat de Hoge Raad verstaat dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 76 dagen, en dat het beroep voor het overige wordt verworpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Het Hof heeft de feiten 1 en 3 niet als 'medeplegen' gekwalificeerd. Gelet op de bewezenverklaring gaat het hier om een kennelijke vergissing.