ECLI:NL:PHR:2013:BZ3462
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van nadere uitleg door rechter over tussenbeschikking in kinderbeschermingszaak
In deze zaak klaagt een vader over de nadere uitleg die een kinderrechter gaf over een tussenbeschikking waarin de Raad voor de Kinderbescherming werd verzocht een onderzoek in te stellen naar omgang en informatieplicht met betrekking tot zijn minderjarige dochter.
De kinderrechter had in een brief via een gerechtssecretaris bevestigd dat de door de Raad geformuleerde onderzoeksvraag in overeenstemming was met de strekking van de beschikking. De klager stelde dat deze uitleg afweek van de oorspronkelijke beschikking en dat de rechter daarmee haar beschikking had gewijzigd.
De klacht werd eerst intern en extern behandeld. De Hoge Raad overwoog dat het uitgangspunt is dat een rechter zich na het wijzen van een uitspraak niet uitspreekt over de inhoud of uitleg daarvan, omdat de rechter slechts eenmaal spreekt door zijn vonnis. Echter, in dit geval ging het om een lopende procedure en een tussenbeschikking, waarbij de rechter de Raad voor de Kinderbescherming een nadere uitleg gaf om te voorkomen dat het onderzoek onvolledig of onjuist zou worden uitgevoerd.
De Hoge Raad achtte deze gedraging in het belang van een doelmatige en voortvarende rechtspleging en daarmee in overeenstemming met de behoorlijkheid. De klacht tegen de rechter werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klacht tegen de kinderrechter wegens het geven van een nadere uitleg over een tussenbeschikking wordt ongegrond verklaard.