ECLI:NL:PHR:2013:BZ3621
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontnemingsmaatregel en schending redelijke termijn in cassatie
In deze zaak staat de cassatiebeoordeling centraal van een ontnemingsmaatregel opgelegd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarbij aan de betrokkene is opgelegd een bedrag van € 1.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.
Het cassatieberoep richt zich onder meer op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, waarbij de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. De Hoge Raad stelt vast dat de inzendtermijn van acht maanden is overschreden, maar verbindt daaraan geen rechtsgevolg omdat de compensatie in de samenhangende hoofdzaak kan worden toegepast.
Verder worden klachten over de vermeende denaturering van verklaringen van de betrokkene verworpen, evenals het middel dat het hof het bedrag van € 1.000,- ten onrechte als wederrechtelijk verkregen voordeel heeft aangemerkt. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot vernietiging en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van € 1.000,- blijft in stand.