ECLI:NL:PHR:2013:BZ3630
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag herziening wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij veroordeling
De aanvrager is bij verstek veroordeeld voor eenvoudige belediging van een ambtenaar en vernieling van eigendom. Hij verzocht om herziening op grond van de stelling dat zijn broer zich bij de politie had uitgegeven voor hem en de feiten had gepleegd.
Na onderzoek door de politie, waaronder verhoren en pogingen om de broer te traceren, kon geen verifieerbaar bewijs worden gevonden dat de broer de persoonsgegevens van de aanvrager had gebruikt bij de aanhouding. De verklaringen van de aanvrager en zijn broer waren niet onderbouwd met feiten die het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling konden bevestigen.
De Hoge Raad oordeelt dat de enkele verklaring van de broer onvoldoende is om het ernstige vermoeden te wekken dat de rechter in eerste aanleg anders zou hebben geoordeeld. Ook verschillen in handtekeningen werden niet als doorslaggevend beschouwd. De aanvraag tot herziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens gebrek aan ernstig vermoeden van persoonsverwisseling.