ECLI:NL:PHR:2013:BZ3643
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid executeur tot vermindering van quasi-legaat bij sommenverzekering en taakvervulling
Deze cassatieprocedure betreft de nalatenschap van een in 2004 overleden erflater die zijn echtgenote tot enig erfgenaam en executeur benoemde. De echtgenote ontving een uitkering uit een sommenverzekering, die als een gift wordt aangemerkt en als quasi-legaat geldt. De kinderen van de erflater vorderden dat de uitkering tot de nalatenschap zou behoren en dat de executeur gehouden was tot vermindering van het legaat en vergoeding aan de nalatenschap.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, waarbij het hof oordeelde dat de uitkering een zelfstandig recht van de begunstigde is en niet tot de nalatenschap behoort. Het hof stelde dat vermindering van quasi-legaten niet tot de taak van de executeur behoort en dat de vordering tot vergoeding was verjaard vanwege de driejaarsvervaltermijn.
De Hoge Raad stelt dat vermindering van legaten en quasi-legaten wel tot de taak van de executeur behoort, omdat dit een wezenlijk onderdeel is van het voldoen van de schulden van de nalatenschap. Desalniettemin wijst de Hoge Raad het cassatieberoep af wegens gebrek aan belang, omdat niet is gesteld of en wanneer de vordering bij de executeur is aangemeld en de vordering tot vergoeding verjaard is.
De uitspraak verduidelijkt de taak van de executeur bij beneficiaire aanvaarding en de positie bij quasi-legaten uit sommenverzekeringen, waarbij de wettelijke vervaltermijn en de rol van de vereffenaar eveneens aan de orde komen.
Uitkomst: De vorderingen van de kinderen worden afgewezen wegens gebrek aan belang en verjaring van de vermindering van de begunstiging.